Vraag 1
Een auto verbruikt 6,5 liter benzine per 100 km. Hoeveel liter benzine heb je nodig voor een rit van 450 km?
Een auto verbruikt 6,5 liter benzine per 100 km. Hoeveel liter benzine heb je nodig voor een rit van 450 km?
Een winkel geeft 15% korting op een artikel van €200. Wat is de nieuwe prijs?
Je belegt €5000 tegen een jaarlijkse rente van 4%. Hoeveel is je belegging na 1 jaar waard?
Een rechthoekige tuin is 20 meter lang en 15 meter breed. Wat is de omtrek van de tuin?
Een artikel van €350 wordt met 20% verhoogd. Wat is de nieuwe prijs?
Je werkt 45 uur per week en verdient €18 per uur. Wat is je wekelijkse loon?
Een rechthoek heeft een lengte van 8 meter en een breedte van 6 meter. Wat is de diagonaal van de rechthoek?
Een bedrijf maakt 1500 producten per maand en verkoopt deze voor €25 per stuk. Wat is de maandelijkse omzet?
Een school heeft 800 leerlingen en 40 klassen. Wat is het gemiddelde aantal leerlingen per klas?
Een winkel verhoogt de prijs van een product met 12% van €75. Wat is de nieuwe prijs?
Een boekenkast is afgeprijsd met 25%. De originele prijs was €160. Wat is de nieuwe prijs?